De tafel van 2 kwam het eerst aan de beurt.
De kinderen krijgen elke dag hun tafeldoosje met de kaartjes van x2 en :2 erin.
De bedoeling is dat ze elke dag thuis oefenen. Dit kan op verschillende manieren.
- leg de sprongen van 2 van klein naar groot : 0,2,4,6,8,10,12,14,16,18,20. Oefen de telrij. Tel mee op je vingers : 3 vingers (is dus 3 x 2 = 6)
- leg de kaartjes met de maaltafel naar boven (5x2) door elkaar op tafel. Los de oefeningen op en kijk aan de achterzijde of de oefening juist is (10). De juiste antwoorden mogen terug in het doosje de foute antwoorden leg je terug.
- een van de gezinsleden toont het kaartje van de maaltafel, geef het antwoord. De andere ziet het antwoord op de achterkant. Juiste antwoorden mogen apart en foute antwoorden moeten opnieuw.
De deeltafels hoeven niet op een telrij gelegd te worden. Dit heeft geen zin.
De andere oefeningen kunnen wel.
Maal - en deeltafels kunnen mondeling overal geoefend worden : in de auto, aan tafel, zelfs in bad.....
Op school doen we elke dag tafelkampioen. De computer bepaalt wie tegen wie speelt.
De juf toont één van de kaartjes aan de eerste twee spelers.
Wie het eerst het antwoord geeft, schuift opnieuw achter in de rij aan....... Zo gaan we door tot één leerling overblijft. Hij/zij is dan de x-kampioen of de :-kampioen van de dag.
Hij/zij krijgt dan een streepje achter zijn/haar naam, deze lijst hangt aan het bord. Drie streepjes achter de verdient een beloning en doet niet meer mee in de rij. Vanaf dan krijgt dit vlindertje andere uitdagende oefeningen.



Geen opmerkingen:
Een reactie posten